Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X
« Terug naar zoekresultaten

Gelieerde stichtingen en doordecentralisatiebedrijven

De stand van zaken van de doordecentralisatiecontracten wordt bewaakt door middel van een financieel rekenmodel. Het belangrijkste basisprincipe is dat de contracten geen verdienmodel zijn. Bij het afsluiten van een contract wordt tijdelijk de verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting overgenomen van de gemeente, maar uiteindelijk blijft de gemeente op basis van de WVO verantwoordelijk. Dus bij beëindiging van een contract wordt bijvoorbeeld een batig saldo in het contract teruggegeven aan de gemeente.

In 2017 is sprake van een drietal bijzondere posten:

  • Correctie renterisicofonds € 6,4 miljoen -/-

  • Terugdraaien impairments € 8,4 miljoen

  • Terugname verkoopwinsten € 16,7 miljoen -/-

De recentelijk afgesloten overeenkomsten met gemeenten, de afgesloten langlopende externe financieringen, onafhankelijke taxaties van gebouwen en aanpassingen van parameters in het financieel rekenmodel zijn aanleiding geweest om bovenstaande posten nader onder de loep te nemen. Dit mede in relatie tot een mogelijke verstoring van het gepresenteerde eigen vermogen en de grote fluctuaties in het resultaat.

In het verleden werd in het financieel rekenmodel gerekend met een rente van 5%. De daadwerkelijke rente was echter lager. Het verschil tussen de werkelijke rente en de rekenrente is gereserveerd in een zogenaamd renterisicofonds, mede ter afdekking van de renterisico’s in de toekomst. Afgelopen jaar zijn echter diverse langlopende financieringen afgesloten, waardoor de renterisico’s op lange termijn zijn afgedekt. Derhalve zijn de bedragen uit het renterisicofonds toegevoegd aan de langlopende verplichting met betrekking tot de diverse contracten.

Daarnaast zijn in de jaren 2012 tot en met 2016 ten onrechte bijzondere waardeverminderingen doorgevoerd op gebouwen en terreinen waarvan het economisch eigendom in het kader van doordecentralisatie bij OMO berust. De reden voor deze werkwijze betrof het feit dat uit de hiervoor genoemde financieringsmodellen bij enkele gemeenten tekorten naar voren kwamen die tot uitdrukking werden gebracht door middel van het doorvoeren van bijzondere waardeverminderingen op gebouwen en terreinen in de betreffende gemeenten. Deze werkwijze is gebaseerd op de inschatting van de waardeontwikkeling van DDC overeenkomsten over gehele looptijd van de overeenkomsten (vaak 50 jaar) en ging uit van de aanname dat er bij (tussentijdse) beëindiging sprake zou kunnen zijn van een financieel resultaat. In het verlengde van deze werkwijze zijn in het verleden verkoopwinsten op oude gebouwen als opbrengst ten gunste van het eigen vermogen verwerkt. De achterliggende gedachte hierbij was dat verkoopwinsten niet terug zouden vallen naar de gemeente, maar eventuele verliezen in de boekwaarde zouden compenseren.

Op basis van nieuwe ontwikkelingen in 2017 (nieuwe overeenkomsten, langlopende financieringen, taxaties en aanpassingen parameters) en het feit dat het uitgangspunt van OMO is dat er bezien vanuit de gehele contractduur sprake is van een financieel resultaat van nihil, is geconcludeerd dat er geen sprake kan zijn van bijzondere waardeverminderingen. Deze zijn daarom volledig teruggedraaid (positief resultaateffect van € 8,4 miljoen). Daarnaast is dit aanleiding geweest om de gerealiseerde verkoopwinsten terug te nemen en als verplichting aan te merken (negatief resultaateffect van € 16,7 miljoen). De reden hiervoor betreft het feit dat deze middelen benodigd zijn in het kader van het uitvoeren van de wettelijke onderwijshuisvestingstaak.

pagina opties

Mijn OMO verslag (0)