Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X
« Terug naar zoekresultaten

Scholen

Het resultaat van de scholen gezamenlijk bedraagt € 3,2 miljoen positief en wijkt daarmee
€ 11,2 miljoen positief af van de begroting. De verklaring voor deze positieve afwijking is op hoofdlijnen als volgt:

  • De lumpsumopbrengsten bedragen € 441,2 miljoen en zijn € 8,1 miljoen hoger dan begroot. De grootste verschillen worden veroorzaakt door:

    • De definitieve GPL bijdragen voor het voortgezet onderwijs voor 2017 zijn bekendgemaakt in augustus 2017. De totale stijging van de GPL in 2017 bedraagt 2,63%. In totaal leiden de hogere GPL bijdragen tot een verhoging van het budget van de scholen van € 9,1 miljoen.

    • Op 26 september 2017 is bekend gemaakt dat in de regeling exploitatiekosten VO een prijsbijstelling is verwerkt van 1,47%. De prijsbijstellingen van de materiële bekostiging in 2017 leiden tot een verhoging van het budget van € 1,1 miljoen.

    • In de begroting werden de gehele LWOO/PrO gelden meegenomen in de lumpsum, terwijl een aantal scholen door de keuze voor opting out een gedeelte van deze gelden vanuit het samenwerkingsverband ontvangen. Mede daarvoor is het werkelijke aantal LWOO-leerlingen waarvoor de vergoeding wordt ontvangen via DUO 505 leerlingen lager dan begroot. Het aantal PrO leerlingen is 26 lager dan begroot. De vergoeding per leerling voor de LWOO/PrO leerlingen is in 2017 verhoogd van € 4.106 naar € 4.214 per leerling. In totaliteit is het LWOO/PrO budget binnen de lumpsumopbrengsten € 2,0 miljoen lager dan begroot.

    • OMO SG Helmond ontvangt aanvullende bekostiging door de toevoeging van Praktijkschool Helmond aan de scholengroep van € 277.000 in 2017.

  • De totale OCW subsidieopbrengsten bedragen € 38,8 miljoen en zijn daarmee € 6,9 miljoen hoger dan begroot. Dit verschil wordt voor een deel veroorzaakt door het hogere LWOO/PrO budget dat vanuit de samenwerkingsverbanden wordt verstrekt. In totaal wordt € 6,1 miljoen meer ontvangen vanuit het samenwerkingsverband dan begroot, waarvan
    € 2,0 miljoen was begroot in de lumpsumopbrengsten. De opbrengsten van de overige subsidies zijn in werkelijkheid € 0,8 miljoen hoger dan begroot.

  • De overige overheidsbijdragen en –subsidies zijn € 0,5 miljoen hoger dan begroot, de ouderbijdragen zijn € 0,9 miljoen hoger dan begroot en de overige baten zijn
    € 0,3 miljoen hoger dan begroot.

  • De lonen en salarissen bedragen € 416,5 miljoen en zijn € 7,0 miljoen hoger dan begroot (1,5% t.o.v. begroting en 1,4% t.o.v. totale personele lasten).

    • De formatie is 96,6 fte hoger dan begroot. De salarislasten zijn hierdoor
      € 6,9 miljoen hoger (96,6 fte * begrote gemiddelde salariskosten van € 71.980).

    • De gemiddelde salariskosten bedragen € 71.720 per fte en zijn € 260 lager dan begroot. Hierdoor zijn de verwachte loonkosten € 1,4 miljoen lager dan begroot (5.444,6 fte * € 260). De daling van de gemiddelde salariskosten kan grotendeels worden verklaard door een gewijzigde wijze van boeken van de AOS-vergoedingen. Vanaf 2017 worden de vergoedingen vanuit de AOS-bedrijven voor loonkosten van schoolmedewerkers meegenomen in de doorbelaste loonkosten, terwijl deze voorheen in de overige baten werden begroot en opgenomen. Hierdoor zijn de loonkosten per saldo € 1,2 miljoen lager dan begroot.

    • De kosten voor personeel niet in loondienst bedragen € 20,7 miljoen en zijn € 3,1 miljoen (17,9% t.o.v. begroting en 0,8% t.o.v. totale personele lasten) hoger dan begroot. De kosten voor personeel niet in loondienst bedragen 4,8% van de totale personele lasten.

    • De uitkeringen zijn € 1,4 miljoen hoger dan begroot.

  • De afschrijvingslasten zijn € 1,6 miljoen lager dan begroot (4,6% t.o.v. begroting en 0,1% t.o.v. totale lasten). De voornaamste verklaring voor deze daling is dat er in 2017 € 3,3 miljoen (15,7% t.o.v. begroting) minder wordt geïnvesteerd dan begroot en dat investeringen later worden uitgevoerd dan gepland, waardoor de afschrijvingskosten tevens verschuiven. Daarnaast zijn een aantal incidentele oorzaken te noemen voor het verschil:

    • Het boekverlies van de oude locatie van het Da Vinci College van OMO SG Tongerlo is in 2017 ten laste van het DDC-bedrijf gebracht (€ 363.000).

    • Het begrote boekverlies van de oude locatie in Cuijck van het Merletcollege is ten laste van het DDC-budget gebracht (€ 353.000).

    • 2College had € 200.000 begroot voor een boekverlies op de inventaris van de Jozefmavo. Door hergebruik is dit boekverlies niet gerealiseerd.

  • De huisvestingslasten zijn € 1,1 miljoen lager dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door lagere gas- (€ 762.000) en elektriciteitskosten (€ 334.000).

  • De overige lasten zijn € 1,3 miljoen hoger dan begroot door met name de volgende oorzaken:

    • Lagere kopieerkosten € 0,5 miljoen

    • Hogere kosten voor huur of aanschaf boeken € 0,5 miljoen -/-

    • Hogere kosten excursies en reizen € 0,9 miljoen -/-

    • Hogere kosten verantwoording subsidies € 0,7 miljoen -/-

    • Hogere advieskosten € 0,3 miljoen -/-

    • Lagere contributiekosten € 0,2 miljoen

    • Lagere licentiekosten € 0,3 miljoen

pagina opties

Mijn OMO verslag (0)